Een introductie op ‘liefdevol en hoopvol handelen in opvoedingssituaties’

-tussen oorsprong en bestemming, tussen schepping en herschepping-

‘Wijs mij de weg’ (1995), ‘Onderwijzen is opvoeden’ (2002), ‘Christelijke pedagogiek als handelingswetenschap’ (2008). Drie boeken van Wim ter Horst waarover ik een essay heb geschreven in de vorm van een drieluik ‘‘Liefdevol en hoopvol onderwijzen in opvoedingssituaties’ vormen.  In het essay drieluik komen deze boeken chronologisch aan bod. In het eerste luik (blog 1) wordt er ingezoomd op ‘Wijs mij de weg’, in het tweede luik (blog 2) op ‘Onderwijzen is opvoeden’ en in het derde luik (blog 3) ‘Christelijke pedagogiek als handelingswetenschap’ in het onderwijs. Deze hoofdstukken of blogs kunnen los van elkaar worden gelezen. Met dit essay en/of blogreeks pretendeer ik niet volledig te zijn in de omschrijving van (christelijke) pedagogiek, maar ik denk wel de kern van opvoeden te benoemen.

De rode draad binnen de drie door mij gekozen boeken wordt gevormd door de betekenis van ‘liefde’. Het adagium van de liefde van Ter Horst is: ‘Ik heb je gevonden, maar ik moet je blijven zoeken’. Geloof, hoop en liefde. ‘…..doch de meeste van deze is de liefde’. Liefde heeft echter meer nodig dan menselijk handelen. Liefde is Iemand.

In de christelijke pedagogiek vormt ‘paideia’ een voedingsbodem voor het wetenschappelijk en empathisch pedagogisch handelen om kinderen ‘richtingsbesef’ te geven. Opvoeders mogen – in afhankelijkheid van God- als gidsen kinderen liefdevol en hoopvol de weg wijzen. Hen in woorden en daden te wijzen op Gods liefde en genade, zichtbaar en tastbaar geworden in het verlossende werk van de Heere Jezus Christus.

Docenten zijn opvoeders. Onderwijzen is opvoeden. Opvoeden is onderwijzen. ‘We onderwijzen echter niet voor school, maar voor het leven.’ In de lijn van Psalm 78. Dit vraagt onderwijskundig ‘liefde voor de leerling en liefde voor de leerstof (vak)’. De Heilige Geest wil harten openen en zorgen voor toewijding aan God de Vader en God de Zoon. ‘Het vuur dat nooit meer dooft’.

De pedagogische gedachte van Wim ter Horst: een tipje van de sluier…

“Als kleine jongen liep ik op een stille wintermorgen met mijn beide grootouders door de moestuin om boe­renkool te gaan plukken. Het had een beetje gevroren en er lag ook wat poedersneeuw.
“Hoor je hem?”, vroeg mijn grootvader ineens zachtjes. Nee, ik hoorde niets. Hij knikte even, haalde een spa en spitte een paar scheppen grond om; zwart tegen de wit­te sneeuw.
We gingen een paar meter achteruit bij het schuurtje staan.
“Luister en kijk, mijn jongen”, fluisterde mijn groot­moeder, “dan komt ons vriendje.” “Luuster en kieke, mien jong, dein koerop oens vreendke.”
Binnen een minuut verscheen heel voorzichtig het eer­ste roodborstje dat ik ooit echt, diep, had gezien. Het zocht in de losse, zwarte grond naar voedsel.
We hielden alle drie de adem in. De tijd stond stil.
Het was een Gouden Moment; een tipje van de eerste sluier was even opgelicht. Ik was iets gewaar geworden van het geheim van de Ware Aard. Als in een oase. Het was meer dan interessant en mooi, het riep verlangen in me op en gaf richting aan mijn leven.”

Een gedachte over “Een introductie op ‘liefdevol en hoopvol handelen in opvoedingssituaties’”

Geef een reactie