Crisisbewust leiderschap in het onderwijs: waarom de beste crisisaanpak al begint voordat er een crisis is

Inleiding

Een leerling raakt ernstig gewond op het schoolplein. Een vertrouwelijke e-mail verschijnt op sociale media. Een medewerker komt plotseling negatief in het nieuws. Een cyberaanval legt systemen plat. Een conflict binnen het team escaleert en bereikt ouders, pers en bestuur.

Op dergelijke momenten wordt vaak gesproken over crisismanagement. Toch blijkt in de praktijk dat de kwaliteit van de reactie op een crisis zelden wordt bepaald door de uren ná het incident. De werkelijke bepalende factoren zijn meestal al maanden of zelfs jaren eerder zichtbaar geweest in de cultuur, de communicatie, het leiderschap en de manier waarop een organisatie samenwerkt.

Veel onderwijsorganisaties investeren terecht in veiligheidsplannen, protocollen en calamiteitendossiers. Dat is noodzakelijk, maar niet voldoende. De meest crisisbestendige scholen onderscheiden zich door iets anders: zij ontwikkelen een organisatiebreed crisisbewustzijn. Zij herkennen signalen vroegtijdig, voeren moeilijke gesprekken voordat problemen escaleren en beschikken over een professionele cultuur waarin verantwoordelijkheid, vertrouwen en leren centraal staan.

Tijdens een bijeenkomst voor onderwijsdirecteuren werd crisisbewustzijn onderzocht aan de hand van zeven samenhangende factoren. Daarnaast werden inzichten gedeeld vanuit de praktijk van crisismanagement, bestuurlijke besluitvorming en ervaringen uit de wereld van de Special Forces. Opvallend genoeg bleken de principes die gelden in complexe veiligheidsoperaties ook verrassend relevant voor scholen en onderwijsbesturen.

Want uiteindelijk geldt voor iedere organisatie hetzelfde principe:

Onder druk vallen mensen niet terug op hun ambities, maar op hun voorbereiding.

De vraag voor onderwijsleiders is daarom niet of zich ooit een crisis zal voordoen. De vraag is hoe goed de organisatie voorbereid is wanneer dat moment komt.


Wat is crisisbewustzijn?

Crisisbewustzijn is het vermogen van een organisatie om risico’s, afwijkingen, kwetsbaarheden en dreigingen tijdig te herkennen, bespreekbaar te maken en er adequaat naar te handelen voordat situaties uitgroeien tot crises.

Daarmee verschilt crisisbewustzijn fundamenteel van crisismanagement.

Crisismanagement richt zich primair op het handelen tijdens een crisis. Crisisbewustzijn richt zich vooral op wat daaraan voorafgaat.

Veel crises blijken achteraf niet onverwacht te zijn geweest. Vaak waren er signalen zichtbaar:

  • oplopende werkdruk;
  • toenemend ziekteverzuim;
  • verslechterde communicatie;
  • conflicten binnen teams;
  • veiligheidsincidenten;
  • klachten van ouders;
  • reputatierisico’s;
  • ICT-kwetsbaarheden;
  • bestuurlijke spanningen.

De vraag is niet of signalen aanwezig zijn. De vraag is of organisaties ze daadwerkelijk zien, benoemen en serieus nemen.


Wat is crisisbewustzijn?

Crisisbewustzijn is het vermogen van een organisatie om potentiële risico’s, afwijkingen en dreigingen tijdig te herkennen, deze bespreekbaar te maken en er adequaat naar te handelen voordat een situatie escaleert.

Hiermee verschilt crisisbewustzijn van traditioneel crisismanagement. Waar crisismanagement zich primair richt op het handelen tijdens een crisis, richt crisisbewustzijn zich vooral op de periode daarvoor.

De essentie is eenvoudig:

Organisaties die vroeg signaleren, hoeven minder vaak te improviseren.

Veel crises blijken achteraf niet onverwacht te zijn ontstaan. Vaak waren er al eerder signalen zichtbaar:

  • oplopende spanningen in teams;
  • toenemende werkdruk;
  • verslechterende communicatie;
  • klachten van ouders;
  • veiligheidsincidenten;
  • reputatierisico’s;
  • IT-problemen;
  • bestuurlijke spanningen.

De vraag is niet of deze signalen aanwezig zijn, maar of organisaties in staat zijn ze tijdig te herkennen en te bespreken.

De zeven factoren van crisisbewustzijn

Factor 1. Leiderschap: richting geven in onzekerheid

Leiderschap vormt het fundament van iedere crisisbestendige organisatie.

Wanneer onzekerheid toeneemt, kijken medewerkers automatisch naar hun leidinggevenden. Zij willen weten wat er gebeurt, wie verantwoordelijk is, welke keuzes worden gemaakt en wat van hen wordt verwacht.

Effectieve leiders kenmerken zich door:

  • duidelijke kaders;
  • heldere verwachtingen;
  • zichtbaarheid;
  • besluitvaardigheid;
  • professionele rust;
  • ruimte voor tegenspraak.

Tijdens de workshop werden vier principes benoemd die effectief leiderschap onder druk kenmerken.

1. Zeggen wat we doen en doen wat we zeggen

Vertrouwen ontstaat wanneer woorden en gedrag overeenkomen.

2. Scenario’s vooraf doordenken

Goede leiders wachten niet op problemen maar bereiden zich voor op meerdere mogelijke scenario’s.

3. Denken in Most Likely en Most Dangerous

Wat is het meest waarschijnlijke scenario? En wat is het scenario met de grootste impact?

4. Sterk zijn in de uitvoering

Wanneer een besluit genomen is, vraagt dat om heldere uitvoering en consequent handelen.

Leiderschap voorkomt niet iedere crisis, maar maakt vaak wel het verschil tussen escalatie en beheersing.


Factor 2. Professionele cultuur: wanneer afspraken belangrijker zijn dan emoties

Een crisis legt de cultuur van een organisatie onverbiddelijk bloot.

Wanneer spanning toeneemt wordt zichtbaar of afspraken daadwerkelijk leidend zijn, of dat emoties, belangen en groepsdruk het overnemen.

Professionele culturen kenmerken zich door:

  • feedback geven én ontvangen;
  • elkaar aanspreken;
  • eigenaarschap tonen;
  • verantwoordelijkheid nemen;
  • professionele moed laten zien.

Binnen een professionele cultuur gelden enkele belangrijke principes:

  • rollen gaan boven rangen;
  • feiten gaan vóór meningen;
  • melden is normaal;
  • feedback gaat over gedrag, niet over personen;
  • loyaliteit ligt bij de opdracht.

Onder druk hebben mensen de natuurlijke neiging conflicten te vermijden of bestaande patronen te volgen. Professionele culturen bieden een tegenwicht tegen die reflexen.

Niet harmonie, maar professionaliteit vormt dan het uitgangspunt.


Factor 3. Crisisorganisatie: voorbereid improviseren

Een crisisorganisatie wordt niet tijdens een crisis gebouwd.

Wanneer een ernstige situatie zich voordoet, moet vooraf duidelijk zijn:

  • wie verantwoordelijk is;
  • wie besluit;
  • wie communiceert;
  • wanneer wordt opgeschaald;
  • welke expertise beschikbaar is.

Een sterke crisisorganisatie beschikt over:

  • crisisplannen;
  • crisisteams;
  • vervangingsregelingen;
  • escalatieprocedures;
  • communicatielijnen;
  • externe ondersteuning.

Tijdens de workshop werd gewerkt met drie opschalingsniveaus.

Tier 3 – Operationele crisis

Een incident kan binnen de reguliere schoolorganisatie worden afgehandeld.

Voorbeelden:

  • beperkte veiligheidsincidenten;
  • ICT-verstoringen;
  • operationele problemen.

Tier 2 – Organisatiecrisis

De impact overstijgt de schoollocatie.

Voorbeelden:

  • ernstige arbeidsconflicten;
  • omvangrijke reputatiekwesties;
  • maatschappelijke onrust.

Tier 1 – Bestuurlijke crisis

De crisis raakt het bestuur of krijgt maatschappelijke impact.

Voorbeelden:

  • calamiteiten;
  • ernstige veiligheidsincidenten;
  • juridische procedures;
  • langdurige media-aandacht.

Een belangrijke les uit de workshop luidde:

Te vroeg informeren levert zelden problemen op. Te laat informeren bijna altijd.


Factor 4. Communicatie: voorkomen van informatievacuüms

In crisissituaties ontstaat vaak een informatievacuüm.

Wanneer organisaties niet communiceren, vullen anderen de leegte in met aannames, geruchten en speculaties.

Effectieve crisiscommunicatie:

  • is tijdig;
  • is feitelijk;
  • is transparant;
  • erkent onzekerheden;
  • houdt verbinding met betrokkenen;
  • voorkomt onnodige ruis.

Communicatie gaat daarbij niet alleen over informatieoverdracht.

Communicatie gaat ook over vertrouwen, betrokkenheid en betekenisgeving.

Mensen kunnen onzekerheid vaak beter verdragen wanneer zij eerlijk worden geïnformeerd dan wanneer zij niets horen.

Factor 5. Relaties: vertrouwen als verborgen succesfactor

Relaties vormen een van de meest onderschatte factoren van crisisbestendigheid.

Tijdens een crisis blijkt plotseling hoe waardevol bestaande netwerken en vertrouwensrelaties zijn.

Belangrijke vragen zijn:

  • Is er vertrouwen tussen bestuurder en directeur?
  • Is het team gewend om open met elkaar te spreken?
  • Hebben ouders vertrouwen in de school?
  • Zijn externe partners snel bereikbaar?

Relaties functioneren als sociaal kapitaal.

Vertrouwen dat in rustige tijden wordt opgebouwd, betaalt zich uit wanneer spanning en onzekerheid toenemen.

Vertrouwen ontstaat niet tijdens een crisis.

Vertrouwen ontstaat vooraf.


Factor 6. Besluitvorming onder druk: waarom stress ons oordeel beïnvloedt

Onder druk neemt de kwaliteit van besluitvorming gemakkelijk af.

Stress kan leiden tot:

  • tunnelvisie;
  • impulsieve reacties;
  • groepsdenken;
  • selectieve waarneming;
  • onderschatting van risico’s.

Juist daarom is voorbereiding essentieel.

Goede besluitvorming vraagt om het onderscheiden van:

Feiten

Wat weten we zeker?

Aannames

Wat denken we dat waar is?

Emoties

Wat voelen we bij deze situatie?

Belangen

Welke belangen spelen een rol?

Leiders die deze elementen uit elkaar houden, nemen doorgaans betere en beter uitlegbare besluiten.

Voorbereiding vermindert de kans dat stress het professionele oordeel overneemt.


Factor 7. De lerende organisatie: van incident naar verbetering

De laatste factor is tegelijkertijd de meest duurzame.

Crisisbestendige organisaties leren systematisch van ervaringen.

Zij:

  • evalueren incidenten;
  • bespreken fouten openlijk;
  • herkennen patronen;
  • passen beleid aan;
  • delen lessen binnen de organisatie.

Het doel van evalueren is niet het vinden van schuldigen.

Het doel is leren.

Een lerende organisatie gebruikt incidenten als bron van ontwikkeling en versterkt daarmee voortdurend haar veerkracht.

Iedere crisis bevat lessen.

De vraag is of organisaties bereid zijn deze lessen daadwerkelijk te benutten.

De grey zone: waar de meeste crises ontstaan

Een interessant concept uit de workshop was de zogenaamde Grey Zone.

Dit gebied bevindt zich tussen normale bedrijfsvoering en daadwerkelijke crisis.

Hier ontstaan vaak de eerste waarschuwingssignalen:

  • oplopend ziekteverzuim;
  • verslechterde samenwerking;
  • terugkerende klachten;
  • communicatieproblemen;
  • veiligheidsincidenten;
  • toenemende werkdruk;
  • afnemend vertrouwen.

De Grey Zone is het gebied waar leiderschap daadwerkelijk het verschil maakt.

Veel crises zijn achteraf gezien al maanden zichtbaar geweest.

Niet doordat de signalen ontbraken, maar doordat niemand de betekenis ervan onderkende.

Crisisbewustzijn betekent juist leren kijken naar wat zich vóór de crisis aandient.


Tien hulpvragen voor onderwijsleiders

Wanneer een incident plaatsvindt, kunnen de volgende vragen helpen om overzicht te houden:

  1. Wat weten we feitelijk?
  2. Is er sprake van acuut gevaar voor veiligheid of gezondheid?
  3. Wie moet direct worden geïnformeerd?
  4. Wat heeft op dit moment prioriteit?
  5. Welke afspraken en protocollen gelden?
  6. Wie heeft de regie?
  7. Welke drukfactoren spelen mee?
  8. Wat communiceren we en aan wie?
  9. Wat moet het bestuur nu weten?
  10. Welke expertise hebben we nodig?

Deze vragen helpen om rust, structuur en overzicht te behouden wanneer de druk toeneemt.


Conclusie: crisisbestendigheid is uiteindelijk een cultuurvraagstuk

Te vaak wordt gedacht dat crisismanagement draait om protocollen, draaiboeken of communicatiescripts.

In werkelijkheid gaat crisisbestendigheid veel dieper.

De kwaliteit van crisismanagement wordt bepaald door de kwaliteit van de organisatie die eraan voorafgaat.

Scholen die investeren in:

  • sterk leiderschap;
  • een professionele cultuur;
  • een heldere crisisorganisatie;
  • effectieve communicatie;
  • duurzame relaties;
  • zorgvuldige besluitvorming;
  • een lerende organisatie;

zijn beter voorbereid op onverwachte gebeurtenissen en beschikken over meer veerkracht wanneer moeilijke situaties zich aandienen.

Crisisbewustzijn is daarom geen project, geen checklist en geen jaarlijkse oefening.

Het is een dagelijkse manier van kijken, denken en handelen.

Voor onderwijsleiders ligt daarin misschien wel de belangrijkste opdracht van deze tijd: niet wachten tot een crisis zichtbaar wordt, maar bouwen aan een organisatie die signalen tijdig herkent, moeilijke gesprekken durft te voeren en leert voordat omstandigheden haar daartoe dwingen.

Want uiteindelijk geldt voor scholen hetzelfde als voor elke andere professionele organisatie:

De beste crisisaanpak begint lang voordat er sprake is van een crisis.


Literatuurlijst (APA 7e editie)

Argyris, C., & Schön, D. A. (1996). Organizational learning II: Theory, method, and practice. Addison-Wesley.

Boin, A., ’t Hart, P., Stern, E., & Sundelius, B. (2017). The politics of crisis management: Public leadership under pressure (2nd ed.). Cambridge University Press.

Comfort, L. K. (2007). Crisis management in hindsight: Cognition, communication, coordination, and control. Public Administration Review, 67(s1), 189-197. https://doi.org/10.1111/j.1540-6210.2007.00827.x

Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Farrar, Straus and Giroux.

Laloux, F. (2014). Reinventing organizations: A guide to creating organizations inspired by the next stage of human consciousness. Nelson Parker.

Lencioni, P. (2002). The five dysfunctions of a team: A leadership fable. Jossey-Bass.

Reason, J. (1997). Managing the risks of organizational accidents. Ashgate.

Schein, E. H., & Schein, P. A. (2021). Organizational culture and leadership (5th ed.). Wiley.

Swieringa, J., & Wierdsma, A. F. M. (2017). Lerend organiseren en veranderen (4e druk). Noordhoff.

Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things that gain from disorder. Random House.

Van Delden, P. (2020). Professionele moed: Over het aanspreken van professionals. Boom.

Weick, K. E., & Sutcliffe, K. M. (2015). Managing the unexpected: Sustained performance in a complex world (3rd ed.). Wiley.

Geef een reactie