Tussen meester Staal en meester Lopez: wat écht goed onderwijs is

“Soms heb je een boek of film nodig om opnieuw te zien waarom je ooit voor het onderwijs hebt gekozen.”

De gelukkige klas van Theo Thijssen staat al bijna vanaf het begin van mijn onderwijscarrière in mijn boekenkast. In de loop der jaren ben ik het boek steeds meer gaan waarderen. Niet omdat het pasklare antwoorden geeft, maar omdat het zo treffend laat zien waar onderwijs uiteindelijk om draait.

Opvallend genoeg werd mij pas veel later de documentaire Être et avoir aangeraden. Vanaf de eerste minuten voelde ik dezelfde pedagogische kracht die ik kende uit De gelukkige klas.

Meer dan honderd jaar scheiden meester Staal en meester Georges Lopez. Hun wereld verschilt enorm. Hun visie op kinderen nauwelijks.

Beiden laten zien dat goed onderwijs niet begint bij een methode, een toets of een dashboard.

Het begint bij het kind.

Een leraar maakt het verschil

Wat meester Staal en meester Lopez gemeen hebben, is dat zij verder kijken dan prestaties.

Zij zien leerlingen niet als cijfers, resultaten of dossiers.

Zij zien mensen.

Hun lessen gaan niet alleen over taal, rekenen of kennis. Ze gaan over zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid, relaties en persoonlijke groei.

De mooiste pedagogiek zit daarbij vaak in de kleinste momenten:

  • een bemoedigende blik;
  • een vraag die verder helpt;
  • een luisterend oor;
  • een compliment op het juiste moment;
  • een leraar die niet opgeeft.

Dat zijn de momenten die niet in een dashboard verschijnen, maar die leerlingen zich jaren later nog herinneren.

Verromantiseren we het onderwijs?

Dat is een terechte vraag.

Want wie vandaag in het onderwijs werkt, weet dat de werkelijkheid weerbarstig is.

Lerarentekorten. Toenemende ondersteuningsvragen. Administratieve lasten. Krappe budgetten. Grote klassen. Hoge verwachtingen van ouders, samenleving en politiek.

Nee, De gelukkige klas en Être et avoir bieden geen oplossingen voor deze vraagstukken.

Theo Thijssen reikt geen antwoord aan op werkdruk.

Georges Lopez heeft geen strategie voor personeelstekorten.

Beide verhalen zijn geen blauwdruk voor de complexe realiteit van het onderwijs van vandaag.

En toch blijven ze relevant.

Misschien juist daarom.

Want onder al die uitdagingen ligt een veel fundamentelere vraag:

Hoe zorgen we ervoor dat ieder kind zich gezien voelt?

Hart voor de kinderen én hart voor het vak

Bij het lezen van Thijssen en het kijken naar Philibert moest ik vaak denken aan Wim ter Horst. Hij benadrukte dat opvoeding en onderwijs nooit gereduceerd mogen worden tot een technische of instrumentele activiteit. Kinderen zijn geen projecten die moeten worden gemanaged en ook geen objecten waarop we interventies toepassen.

Ter Horst maakte gehakt van een benadering waarin professionals uitsluitend met een technische bril naar kinderen kijken. Wanneer onderwijs alleen gaat over meten, sturen, monitoren en optimaliseren, dreigt het kind zelf uit beeld te raken.

Tegelijkertijd zou het een vergissing zijn om daaruit te concluderen dat vakmanschap minder belangrijk is.

Sterker nog: zonder vakmanschap komt goed onderwijs evenmin tot bloei.

Te vaak worden pedagogiek en vakbekwaamheid tegenover elkaar gezet. Alsof we moeten kiezen tussen een warm hart voor kinderen of hoge professionele kwaliteit.

Dat is een valse tegenstelling.

Wim ter Horst verwoordde het treffend: een goede leraar heeft hart voor de kinderen en hart voor het vak.

Laten we daarom geen discussie voeren over wat belangrijker is.

Het één kan niet zonder het ander.

Een leraar die uitstekend geschoold is, maar geen verbinding maakt met leerlingen, zal uiteindelijk weinig betekenen.

Een leraar met uitsluitend goede bedoelingen, maar zonder vakmanschap, doet leerlingen eveneens tekort.

Goed onderwijs ontstaat juist in de synergie tussen beide:

  • pedagogische betrokkenheid én professionele deskundigheid;
  • relatie én resultaat;
  • warmte én hoge verwachtingen;
  • menselijkheid én vakmanschap.

Meester Staal laat dat zien.

Georges Lopez laat dat zien.

En iedere dag laten duizenden onderwijsprofessionals dat zien.

Een bemoediging voor iedereen in het onderwijs

Wat mij raakt in beide verhalen is niet hun eenvoud, maar hun vertrouwen in de betekenis van de leraar.

Juist op momenten waarop onderwijsprofessionals het gevoel kunnen hebben vast te lopen in regels, procedures, systemen of verwachtingen van buitenaf, herinneren meester Staal en meester Lopez ons eraan dat onze grootste invloed ergens anders ligt.

In de ontmoeting met een leerling.

In het gesprek na een moeilijke les.

In het vertrouwen dat wordt uitgesproken.

In het geduld dat wordt opgebracht.

In het geloof dat een kind meer kan dan het zelf denkt.

Dat betekent niet dat de belemmeringen niet bestaan.

Ze zijn er wel degelijk.

Maar geen enkel systeem kan volledig bepalen wat een leraar betekent voor een leerling.

Daarom is deze blog ook een bemoediging voor iedereen die in het onderwijs werkt.

Blijf volhouden.

Blijf investeren in relaties.

Blijf werken aan je vakmanschap.

Blijf kijken naar wat wél mogelijk is.

Blijf geloven in de ontwikkeling van kinderen, ook als resultaten niet direct zichtbaar zijn.

En misschien wel het belangrijkste:

Blijf je hart volgen, zonder ooit je professionele kompas te verliezen.

Tot slot

De gelukkige klas en Être et avoir zijn geen handleidingen voor het onderwijs van vandaag.

Ze lossen het lerarentekort niet op.

Ze verlagen de werkdruk niet.

Ze nemen de complexiteit van het onderwijs niet weg.

Wat zij wel doen, is ons herinneren aan de essentie van ons vak.

Dat onderwijs uiteindelijk plaatsvindt in de ontmoeting tussen mensen.

Dat kinderen méér zijn dan resultaten.

Dat een leraar méér is dan een uitvoerder van beleid.

En dat goed onderwijs ontstaat wanneer twee dingen samenkomen:

hart voor de kinderen en hart voor het vak.

Niet het één of het ander.

Maar allebei.

Juist in die verbinding ligt de kracht van onderwijs.

Want leerlingen hebben recht op leraren die hen zien én die hun vak verstaan.

Op leraren die betrokken én bekwaam zijn.

Op leraren die, ondanks alle beperkingen, iedere dag opnieuw kiezen om het verschil te maken.


Literatuurlijst (APA 7e editie)

Biesta, G. J. J. (2020). Het prachtige risico van onderwijs. Phronese.

Noddings, N. (2013). Caring: A relational approach to ethics and moral education (2nd ed.). University of California Press.

Philibert, N. (Regisseur). (2002). Être et avoir [Documentaire]. Maïa Films.

Ter Horst, W. (2008). Wijs me de weg! Mogelijkheden voor een christelijke pedagogiek. Kok.

Thijssen, T. (2014). De gelukkige klas (oorspronkelijke uitgave 1926). Van Oorschot.

Van Manen, M. (2015). Pedagogische tact: Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen. Phronese.

Geef een reactie