“Inclusief onderwijs gaat niet over de vraag waar een kind onderwijs krijgt, maar of een kind zich kan ontwikkelen, deelnemen en erbij hoort.”
Inleiding
Passend onderwijs en inclusief onderwijs behoren tot de belangrijkste maatschappelijke opgaven binnen het Nederlandse onderwijs. Sinds de invoering van passend onderwijs in 2014 hebben scholen een zorgplicht gekregen om voor iedere leerling een passende onderwijsplek te vinden. Tegelijkertijd groeit de ambitie om toe te werken naar inclusief onderwijs: een systeem waarin kinderen, ongeacht hun ondersteuningsbehoefte, zoveel mogelijk samen leren en opgroeien in hun eigen omgeving.
Deze ontwikkeling raakt aan fundamentele vragen over kansengelijkheid, participatie en de inrichting van ons onderwijsstelsel. Het gaat over leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, maar net zo goed over de vraag hoe wij als samenleving omgaan met verschillen.
In deze beweging spelen bestuurders een sleutelrol. Zij bepalen niet alleen de randvoorwaarden waarbinnen scholen werken, maar geven ook richting aan de cultuur, samenwerking en verwachtingen binnen hun organisatie. De uitdaging is daarbij groot: hoe realiseren we passend én inclusief onderwijs in een tijd van personeelstekorten, toenemende ondersteuningsvragen en maatschappelijke complexiteit?
Passend onderwijs en inclusief onderwijs: wat is het verschil?
Passend onderwijs heeft als uitgangspunt dat iedere leerling een onderwijsplek krijgt die aansluit bij zijn of haar onderwijs- en ondersteuningsbehoeften. Daarbij geldt het principe: regulier onderwijs waar mogelijk, speciaal onderwijs waar nodig.
Inclusief onderwijs gaat een stap verder. De ambitie is dat alle kinderen zoveel mogelijk samen onderwijs volgen, dichtbij huis, in een omgeving waarin verschillen worden gezien als onderdeel van de dagelijkse praktijk.
Inclusie draait daarom niet alleen om toegang tot onderwijs, maar vooral om deelname. Niet alleen aanwezig zijn in de klas, maar daadwerkelijk kunnen leren, meedoen en erbij horen.
De centrale vraag verschuift daarmee van:
“Waar plaatsen we deze leerling?”
naar:
“Wat heeft deze leerling nodig om succesvol te kunnen deelnemen?”
Dat vraagt om een fundamenteel andere manier van denken over onderwijs, ondersteuning en samenwerking.
Hoge verwachtingen als fundament
Misschien wel de belangrijkste succesfactor van passend en inclusief onderwijs is het hebben van hoge verwachtingen van alle leerlingen.
In de praktijk bestaat het risico dat leerlingen met een ondersteuningsbehoefte vooral worden bekeken vanuit hun beperkingen. Diagnoses, arrangementen en ondersteuningsvragen kunnen onbedoeld leiden tot lagere verwachtingen.
Juist daarin schuilt een gevaar.
Leerlingen ontwikkelen zich niet alleen dankzij ondersteuning, maar ook dankzij de verwachtingen die volwassenen van hen hebben. Hoge verwachtingen betekenen niet dat iedere leerling hetzelfde niveau moet halen. Het betekent dat professionals ervan overtuigd zijn dat iedere leerling zich kan ontwikkelen wanneer de juiste ondersteuning, begeleiding en kansen worden geboden.
De vraag moet daarom niet zijn:
“Wat kan deze leerling niet?”
Maar:
“Wat heeft deze leerling nodig om te groeien?”
Passend onderwijs zonder hoge verwachtingen kan leiden tot beheersing en bescherming. Inclusief onderwijs met hoge verwachtingen leidt tot ontwikkeling, eigenaarschap en perspectief.
De bestuurder als cultuurdrager
Hier ligt een belangrijke bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Een bestuurder bepaalt in hoge mate de cultuur van een organisatie. Niet door beleidsstukken alleen, maar door de keuzes die worden gemaakt, de gesprekken die worden gevoerd en de waarden die zichtbaar worden in het dagelijks handelen.
Bestuurders die passend en inclusief onderwijs serieus nemen:
- spreken over talenten en mogelijkheden;
- investeren in professionele ontwikkeling;
- geven ruimte aan maatwerk;
- stimuleren samenwerking;
- maken succesverhalen zichtbaar;
- bewaken hoge verwachtingen voor iedere leerling.
Een inclusieve cultuur ontstaat niet vanzelf. Zij ontstaat doordat bestuurders, schoolleiders en medewerkers gezamenlijk uitdragen dat ieder kind kansen verdient.
Ouders als educatieve partners
Passend en inclusief onderwijs kunnen niet succesvol zijn zonder ouders.
Ouders kennen hun kind vaak beter dan wie ook. Zij beschikken over kennis, ervaringen en inzichten die van grote waarde zijn voor het onderwijs. Toch voelen ouders zich niet altijd gehoord of betrokken bij beslissingen rond ondersteuning.
Dat is een gemiste kans.
Een inclusieve school ziet ouders niet als bezoekers of ontvangers van informatie, maar als gelijkwaardige partners.
Effectieve samenwerking tussen ouders en school vraagt om:
- wederzijds vertrouwen;
- open communicatie;
- gezamenlijke doelen;
- transparantie;
- gedeelde verantwoordelijkheid.
Wanneer ouders en school samenwerken vanuit partnerschap ontstaat een krachtig netwerk rondom het kind. Dan worden problemen sneller gesignaleerd, ondersteuning beter afgestemd en successen gezamenlijk gevierd.
De bestuurder heeft hierin een belangrijke rol. Organisaties waarin ouderbetrokkenheid onderdeel is van de cultuur, beschikken vaak over sterkere samenwerkingsrelaties en meer draagvlak voor passend en inclusief onderwijs.
De bestuurder als verbinder
Passend onderwijs kan niet door scholen alleen worden gerealiseerd.
Veel ondersteuningsvragen raken meerdere domeinen tegelijk:
- onderwijs;
- kinderopvang;
- jeugdhulp;
- gemeenten;
- welzijn;
- gezondheidszorg.
Daardoor verandert ook de rol van de bestuurder. Naast bestuurder van een organisatie wordt hij of zij steeds vaker bestuurder van een netwerk.
De kwaliteit van passend onderwijs wordt namelijk steeds meer bepaald door de kwaliteit van samenwerking tussen organisaties.
Goede bestuurders bouwen aan:
- vertrouwen;
- gezamenlijke verantwoordelijkheid;
- kennisdeling;
- regionale samenwerking;
- duurzame relaties.
Niet de vraag “van wie is deze leerling?” staat centraal, maar de vraag:
“Hoe zorgen we er samen voor dat deze leerling zich optimaal kan ontwikkelen?”
Zwijndrecht Educatief: samenwerken rondom kinderen
Een inspirerend voorbeeld van die benadering is Zwijndrecht Educatief. Binnen dit netwerk werken onderwijsorganisaties, kinderopvang, gemeenten en maatschappelijke partners samen aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Vanuit mijn rol als interim meerscholendirecteur heb ik mogen deelnemen aan en meedenken binnen deze ontwikkeling.
Wat mij daarbij vooral heeft geraakt, is dat succesvolle samenwerking niet begint bij organisaties, maar bij kinderen. Wanneer professionals elkaar vinden rondom een gezamenlijke opdracht ontstaat ruimte voor thuisnabij onderwijs, betere ondersteuning en meer inclusie.
Mijn ervaring heeft mij geleerd dat passend en inclusief onderwijs niet primair een organisatorische opgave zijn. Het zijn vooral relationele opgaven. Vertrouwen, gezamenlijke verantwoordelijkheid en gedeelde ambitie vormen de basis van duurzame verandering.
Samenwerkingsverbanden: van systeem naar gezamenlijke opdracht
Ook samenwerkingsverbanden passend onderwijs staan voor een belangrijke uitdaging.
Waar zij in het verleden soms vooral werden gezien als systemen voor de verdeling van middelen, groeit het besef dat zij vooral een verbindende rol moeten vervullen.
Succesvolle samenwerkingsverbanden kenmerken zich door:
- een gedeelde visie;
- gezamenlijke verantwoordelijkheid;
- regionale solidariteit;
- kennisdeling;
- efficiënte inzet van expertise.
De toekomst van passend onderwijs vraagt om samenwerkingsverbanden die functioneren als lerende netwerken waarin scholen gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor alle leerlingen in de regio.
Inclusief onderwijs betekent niet het afschaffen van speciaal onderwijs
Een van de grootste misverstanden in het debat over inclusie is de gedachte dat inclusief onderwijs automatisch betekent dat speciaal onderwijs moet verdwijnen.
Dat is niet het geval.
Inclusief onderwijs gaat niet over het afschaffen van voorzieningen, maar over het organiseren van passende ondersteuning. Voor sommige leerlingen biedt regulier onderwijs, met extra begeleiding, de beste kansen. Voor andere leerlingen vormt gespecialiseerd onderwijs tijdelijk of langdurig de meest passende omgeving.
De discussie zou daarom niet moeten gaan over een keuze tussen regulier of speciaal onderwijs, maar over de samenwerking tussen beide.
Specialistische voorzieningen beschikken over waardevolle expertise op het gebied van:
- gedrag;
- complexe ondersteuningsvragen;
- communicatie;
- didactische aanpassingen;
- zorg en begeleiding.
Die expertise is essentieel voor een inclusiever onderwijsstelsel.
Innovatieve ontwikkelingen zoals trajectvoorzieningen en het Brabantse Wal-model van Arjan Lambert laten zien dat ondersteuning flexibel georganiseerd kan worden, waarbij expertise beschikbaar blijft en leerlingen zo veel mogelijk verbonden blijven met hun sociale omgeving.
Een inclusief systeem kent daarom verschillende ondersteuningsniveaus en erkent dat niet iedere leerling hetzelfde nodig heeft.
De bestuurder als bewaker van realisme én ambitie
Bestuurders bevinden zich vaak tussen twee werelden.
Aan de ene kant staan de maatschappelijke ambities van inclusie, kansengelijkheid en thuisnabij onderwijs.
Aan de andere kant staan de dagelijkse realiteit van:
- personeelstekorten;
- werkdruk;
- financiële beperkingen;
- complexe ondersteuningsvragen.
Goed bestuur vraagt daarom om balans.
Te weinig ambitie leidt tot uitsluiting.
Te veel idealisme zonder randvoorwaarden leidt tot frustratie.
De kunst is om voortdurend te zoeken naar haalbare stappen die bijdragen aan een inclusiever onderwijsstelsel, zonder de kwaliteit van ondersteuning uit het oog te verliezen.
Conclusie
Passend onderwijs en inclusief onderwijs zijn geen tegengestelde concepten. Zij vormen samen een beweging richting een onderwijsstelsel waarin ieder kind zich kan ontwikkelen, deelnemen en erbij hoort.
De sleutel tot succes ligt niet uitsluitend in wetgeving, financiering of organisatiestructuren. Het succes wordt bepaald door mensen. Door leraren die geloven in hun leerlingen. Door ouders die als partners worden gezien. Door samenwerkingspartners die verantwoordelijkheid delen. En door bestuurders die richting geven aan een cultuur van hoge verwachtingen, samenwerking en inclusie.
Mijn ervaringen binnen Zwijndrecht Educatief hebben mij ervan overtuigd dat deze beweging mogelijk is. Tegelijkertijd heb ik gezien dat zij niet vanzelf ontstaat. Inclusie vraagt leiderschap, vertrouwen en volharding.
De belangrijkste opdracht voor bestuurders is daarom misschien wel deze:
Organiseer niet alleen passende ondersteuning, maar creëer een cultuur waarin ieder kind, iedere ouder en iedere professional mag rekenen op vertrouwen, samenwerking en hoge verwachtingen.
Want uiteindelijk is passend en inclusief onderwijs geen systeemvraagstuk.
Het is een gezamenlijke opdracht om ervoor te zorgen dat ieder kind gezien wordt, erbij hoort en de kans krijgt om zijn of haar talenten te ontwikkelen.
Aanbevelingen voor bestuurders
- Ontwikkel een heldere visie op passend én inclusief onderwijs.
- Maak hoge verwachtingen onderdeel van de organisatiecultuur.
- Investeer structureel in professionalisering van medewerkers.
- Versterk het educatief partnerschap met ouders.
- Organiseer specialistische expertise zo dicht mogelijk bij leerlingen.
- Stimuleer samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs.
- Investeer in regionale netwerken en samenwerkingsverbanden.
- Ontwikkel thuisnabije ondersteuningsvoorzieningen.
- Monitor naast leerresultaten ook welzijn, participatie en inclusie.
- Zorg voor actieve betrokkenheid van ouders en leerlingen bij beleid.
- Bewaak de balans tussen ambitie en uitvoerbaarheid.
- Benader passend en inclusief onderwijs als een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Literatuurlijst
- Ainscow, M. (2020). Promoting Inclusion and Equity in Education.
- Booth, T., & Ainscow, M. (2002). Index for Inclusion.
- Breeuwsma, I. (2025). Gevolgen van het Passend Onderwijs voor Leerkrachten, Ouders en Leerlingen.
- De Boer, A., & Kuijper, S. (2025). Ondersteuning aan leerlingen in een inclusieve onderwijssetting.
- Haug, P. (2017). Understanding Inclusive Education: Ideals and Reality.
- Hoekstra, A. (2025). Samenwerking tussen onderwijs, ouders en ondersteuning binnen passend onderwijs.
- Lambert, A. (2026). Een integraal evidence-informed model voor trajectvoorzieningen in het voortgezet onderwijs: het Brabantse Wal-model voor trajectvoorzieningen.
- Ledoux, G., Van Eck, P., Schoevers, E., e.a. (2020). Eindrapport Evaluatie Passend Onderwijs.
- Ministerie van OCW. Met elkaar voor alle kinderen en jongeren werken aan een inclusieve leeromgeving.
- Rijksoverheid. Passend onderwijs.
- Rijksoverheid. Inclusief onderwijs.
- Routekaart naar Inclusief Onderwijs.
- Universiteit Utrecht. Passend onderwijs: tussen wens en werkelijkheid.
- Van Casteren, W. e.a. Eindrapport professionalisering in het onderwijs: vraagarticulatie.
- UNESCO (1994). The Salamanca Statement and Framework for Action on Special Needs Education.
- Verenigde Naties (2006). Convention on the Rights of Persons with Disabilities.
- Zwijndrecht Educatief. Samen werken aan ontwikkeling en gelijke kansen voor kinderen en jongeren.
